Boomloze zadels

Boomloos zelf is uiteraard niet nieuw. De eerste ruiters maakten gebruik van huiden en dekens. De Grieken reden niet alleen zonder zadel op hun paard, maar ook zonder kleding. Zij vonden al die hulpmiddelen maar voor “watjes”. Op afbeeldingen uit ca. 700 voor Christus staan ruiters afgebeeld. Ze rijden op dierenhuiden die met een voortuig en een soort singel op de plaats werden gehouden. Later maakten de Scythen een zadel uit leer en vilt. Dit zadel bestond uit 2 kussens, die met haar gevuld waren en met lederen riemen met elkaar verbonden werden. Daardoor ontstond al een soort kamer om de vrijheid van de wervelkolom te waarborgen. Dankzij deze constructie kon men langer te paard blijven en dit gaf de Scythen een voordeel ten opzichte van de andere ruitervolken. Heden ten dage vindt men deze constructie nog terug bij de Argentijnse Gaucho’s.

Langzaam evolueerde het zadel tot iets dat vaag weg had van de Torsion. Een dik gevuld kussen met een houten voor en achterkant voor de steun. Ook in Italië is er tot op heden nog een groep ruiters, de Butteri, die gebruik maakt van een boomloos zadel. Van dit zogenaamde Bardella zadel is nog een bouwtekening bekend uit het jaar 1000. Pas rond de riddertijd kwamen er zadels met een boom. Dat kwam vooral omdat het lastig vechten is, wanneer je niet vast op je paard zit. Er moesten beugelriemen komen en een zeer diepe zit. Het zadel moest de ruiter ook beschermen tegen lansstoten. Dit idee is nog steeds terug te vinden in bijvoorbeeld de Spaanse zadels en later de westernzadels.

Het Engelse zadel is meer gemaakt voor de sport. Korte ritten en geen dagtochten te paard. Het is ook relatief modern. Slechts een paar honderd jaar oud. Waarom, volgens ons, boomloos, of tenminste flexibel, beter is dan een zadel met een boom, begrijp je misschien beter wanneer je nadenkt over de anatomie van een paard. Het paard is niet echt gemaakt om ons te dragen. De rug is een hangbrug tussen voor en achterhand. De wervels en ribben zitten los aan elkaar door middel van spieren en banden en zijn niet gemaakt om gewicht te dragen. Die spieren en banden zullen daarom eerst getraind moeten worden. Te jong en verkeerd rijden kan uiteindelijk leiden tot een pijnlijke rug. Maar een slecht passend zadel ook. Het zadel moet de communicatie tussen ruiter en paard mogelijk maken.

De spieren van het paard spannen en ontspannen tijdens iedere beweging en voeren als een golfbeweging door de rug bij iedere stap. Sommige van jullie hebben misschien wel eens op de bok van een kar gezeten. Kijk eens hoe de rug beweegt bij iedere pas. Wanneer een zadel deze golfbeweging hindert, kan er spierverlies (atrofie) optreden. Het paard kan zich niet optimaal bewegen, voelt pijn en zal uiteindelijk in protest gaan. Bedenk dat een paard een zeer hoge pijngrens heeft en wanneer het dat toont, wordt het uit de kudde verstoten. De ruiter ziet dit protest vaak als ongehoorzaamheid en zal het paard straffen, maar het is slechts een uiting van ongemak.

We zijn niet tegen boomzadels, maar vinden wel dat een boomzadel moet passen. Dat kan alleen als de ruiter bereid is om het liefst twee maal per jaar een vakman/vrouw er bij te
halen om te controleren of het zadel nog past en dat zo nodig aan te passen. Een paard zal gedurende zijn hele leven aan kleine en grote veranderingen onderhevig zijn. Voeding, training, dracht en leeftijd spelen allemaal een rol. Sommige paarden veranderen zelfs een paar keer per jaar van vorm. Een zadel aangemeten op één moment, blijft een moment opname. Wanneer je een opgroeiend kind een paar schoenen geeft, koop je toch ook steeds nieuwe, zolang hij in de groei is?

In Engeland heeft iemand een test gedaan bij een paard met spieratrofie ten gevolge van een te krap zadel. Er werd een zadel aangemeten dat de vermoedelijke breedte had van het paard, als de spieren weer hersteld zouden zijn. Inderdaad kwamen de spieren weer terug, totdat ze het zadel raakten. Daarna namen de spieren weer iets af. Vervolgens werd een nog breder zadel opgelegd en de geschiedenis herhaalde zich. Uiteindelijk bleek dat het paard ongeveer 14 centimeter breder was geworden. Daaruit blijkt dat het zeer belangrijk is om een zadel niet te krap aan te meten. En het wijst op het belang van een flexibel zadel, dat mee groeit met het paard. Uiteraard kunnen spieren zich pas ontwikkelen, wanneer ze daar de ruimte voor hebben. Een boomloos zadel is daarbij in het voordeel. Hierbij is het belangrijk, als je voor een boomzadel kiest, om met je zadelmaker/zadelpasser een traject in te gaan en samen goed te kijken hoe je dit op gaat lossen. Zelf goed blijven kijken en afspraken maken met je zadelmaker/zadelpasser is hierbij erg belangrijk.

Een boomloos zadel moet, net als een boomzadel, wel op het paard passen en de ruiter een comfortabele zitplaats bieden. Er zijn tegenwoordig veel boomloze zadels op de markt. Velen daarvan zijn gebaseerd op de Torsion. Dit zadel is in het begin van de jaren 90 mede ontworpen door Sergio Tommasi, een Italiaanse endurance ruiter. Hij was ontevreden met zijn boomzadel. Zowel hij als zijn paard hadden last van blessures ten gevolge van het boomzadel en zo is het idee van de Torsion ontstaan. De vorm is door een aantal merken gekopieerd en nu denkt men bij “boomloos” direct aan dit model. Het is van groot belang om bij deze zadels een correcte pad te gebruiken, die mee helpt de rug van het paard te beschermen. Op dergelijke zadels zit men vaak wat breder, dan op een klassiek Engels zadel, dat door middel van de boom de ruiter wat smaller laat zitten. Veel boomloze zadel fabrikanten hebben dit probleem opgelost door middel van een beter gesneden zitting, het aanpassen van de vulling van het zadel, of door er kussens onder te maken. Het hangt af van de bouw van ruiter en paard, welk model/merk geschikt is. Let er bij de aanschaf van een zadel op dat je niet in een stoelzit gedwongen wordt. Dit kan, bij intensiever rijden, leiden tot rugklachten bij het paard. Ook moet het boomloze zadel niet te krap zijn voor de ruiter en evenmin te lang zijn voor de rug van het paard. Ook al is een boomloos zadel flexibel, waardoor het de beweging van het paard niet zal beperken, de ruiter moet met zijn gewicht wel binnen de “veilige zone” blijven. Dat wil zeggen dat het schouderblad vrij moet kunnen bewegen en het gewicht van de ruiter niet voorbij de 18e wervel mag komen. Deze wervel is makkelijk te vinden door de achterste zwevende rib naar boven toe te volgen. De ruiter mag best kritisch zijn op zichzelf. Het klinkt misschien cru om te zeggen, maar wanneer je een klein en kort paard koopt, moet je er rekening mee houden dat een groot achterwerk daar nooit een passend zadel bij kan vinden. Wanneer je paard een “veilige zone” heeft van slechts 45cm, past daar geen zadel op met een 19”
zitting. Een boomloos zadel zal, door zijn flexibele constructie, niet over de hele lengte dragen, zodat het paard aan de uiteinden van het zadel minder druk voelt van het ruitergewicht, dan bij een boomzadel.

De meeste boomloze zadels hebben desalniettemin een hard deel aan de voorkant. Bij de Torsion en Torsion-achtige modellen bestaat dat uit een boogje van hout of kunststof, dat nog het meeste weg heeft van een western fork zonder knop. Bij sommige merken is dit te verkrijgen in diverse breedtes of in flexibel materiaal, bij andere is deze pommel zo slim geconstrueerd dat er geen meerdere maten nodig zijn, zoals bij bijvoorbeeld de Ghost zadels. Deze pommel dient er voor om het zadel weg te houden van de bovenkant van de schoft en bovendien biedt het de ruiter wat extra steun. Andere merken hebben een smaller boogje aan de voorzijde, dat uitgewisseld kan worden voor een andere maat, of traploos versteld kan worden. Deze boogjes moeten de vrije beweging van de schouder van het paard wel toelaten en mogen dus nooit over het bewegende schouderblad heen komen en knellen.

Naast de Torsion en Torsion-achtige modellen zijn er ook merken die zadels produceren met kussens aan de onderkant, al dan niet met klittenband bevestigd. Deze kussens dienen er voor de wervelkolom vrij te houden van druk en deze te laten ventileren. Bij sommige merken is een speciale pad nog steeds aan te bevelen. Let er op, dat wanneer je gaat zitten, de kussens niet zodanig indrukken, dat ze alsnog een te krap kanaal vormen. Te breed is ook niet goed, want dan hebben ze geen functie meer en zal de ruiter alsnog het zadel tegen de wervelkolom aandrukken. Een boomloos zadel is ook in het voordeel wanneer er afwijkingen zijn in de bouw van het paard. Paarden met een hele holle rug, kunnen dikwijls geen boomzadel vinden dat over de gehele lengte draagt. Het boomloze zadel zal zich moeiteloos naar de contouren van het paard vormen. Wanneer een paard scheef is, zal een boomzadel steeds schever gaan hangen en een zadelmaker kan in de verleiding komen om 1 kussen dikker op te vullen dan het andere. De ruiter zit weliswaar weer recht, maar het paard kan op de plaats waar het dikkere kussen drukt, nooit meer de spieren ontwikkelen om weer recht te worden. Een boomloos zadel ligt uiteraard ook scheef, maar zal de groei van nieuwe spieren niet tegengaan. Met behulp van corrigerende oefeningen zal het paard weer recht worden.

Vanwege de vraag uit de wedstrijdsport, kan men nu ook zadels aanschaffen die niet van een traditioneel boomzadel zijn te onderscheiden. Zowel voor de dressuur, het springen als de Westernsport, bestaan er mooie boomloze zadels. De angst om “voor gek te zitten” is tegenwoordig ongegrond. Dankzij verbeteringen en het gebruik van goede materialen zijn boomloze zadels ook geschikt voor de endurance sport, waarbij een grote belasting voor de paardenrug plaats vindt. De meeste mensen zullen moeten wennen aan een boomloos zadel. Zelfs al is dit zadel qua uiterlijk niet altijd meer te onderscheiden van een boomzadel, zal de ruiter iedere beweging van het paard beter voelen en omgekeerd, zal ook het paard iedere beweging van de ruiter beter voelen. De communicatie tussen ruiter en paard kan dus fijner worden. Op ieder zadel is het van belang dat de ruiter goed in balans leert rijden. Dat is op een boomloos zadel niet meer of minder belangrijk. Permanent “hangen” in de beugels is op geen enkel zadel aan te raden en bij sommige types boomloos zadel is het zelfs sterk af te raden, omdat de constructie niet voldoende stevig is om het paard te beschermen tegen veel ruitergewicht op de relatief smalle strook waar de beugelriemen aan bevestigd zijn. We krijgen vaak de vraag of iemand niet te zwaar is voor een boomloos zadel. Volgens ons is iemand niet te zwaar voor een boomloos zadel, maar kan wel te zwaar zijn voor zijn paard! Een wat zwaarder iemand met ronde billen en dijen heeft een groter drukverdelend vermogen dan een dun iemand met het zelfde gewicht. Goed nieuws voor de vrouwelijk gevormde dames onder ons. Uiteraard moet wel het zadel passen. Wanneer je op de cantle
zit en deze in de lendenen drukt, is dit niet goed voor de paardenrug.

Je paard is de beste jury of het zadel van je keuze geschikt is. Let er op dat je paard niet korter gaat lopen, pijnlijke plekken heeft na het rijden of zich tegen het zadel verzet. Soms kan het verschil tussen goed of fout met een kleine ingreep worden opgelost. Een andere pad, het veranderen van de breedte van de pommel of andere kussens. Veel zadels hebben ook de mogelijkheid om de beugelriemen op een andere plaats te bevestigen, dat zal je eigen balans verbeteren en dus ook het effect op je paard. Neem de tijd om beiden aan het nieuwe zadel te wennen.